De
naam zegt het zelf : vins de cépage
(variëteitswijn) zijn vervaardigd uit één enkele
druivensoort in tegenstelling
met de appellatiewijnen die meestal een samenstelling
van verschillende druivensoorten
zijn.
Vins de cépage
zijn oprecht, vol en
karakteristiek voor de gebruikte druif.
Voor witte wijnen gebruikt men
dikwijls Chardonnay, Grenache, Marsanne, Sauvignon, Cabernet en
Viognier.
Chardonnay wordt traditioneel verbouwd in de Bourgogne. In de
Languedoc-Roussillon geeft Chardonnay wijnen met een hoge verfijning, goudkleurig,
met body, met aroma's
van exotische vruchten, met een lange
en zachte smaak.
Sauvignon geeft een mooie zonnekleur
met groene weerschijn, een geur met een toets van citrusvruchten,
een lange nasmaak na
een pittig en levendig
begin.
Grenache met zijn gele kleur en groene tinten heeft het aroma
van noten en een soepele,
ronde en zachte
smaak.
Voor roséwijnen gebruikt
met Syrah en Cinsault.
Syrah kenmerkt zich door een intense en heldere kleur,
een krachtige geur met
aroma's van viooltjes,
een levendige en evenwichtige
smaak
Cinsault is een sterk fruitige
wijn, lichtjes gekleurd.
Voor rode wijnen doet men meestal
een beroep op Merlot en Cabernet-Sauvignon.
Merlot is donkerrood met een subtiele
geur gekruid met het aroma
van rode vruchten en cassis, en heeft een lange,
soepele en plantaardige
smaak.
Cabernet-Sauvignon is een tannine-rijke
wijn met een dieppurperen kleur,
een delicate en gekruide geur en aroma's
van rood fruit.